Van programma naar blijvende verantwoordelijkheid

Geen einde, maar een nieuwe fase

Het programma Open Overheid wordt afgerond, maar volgens Paulien van der Hoeven en Leo Peereboom is van afsluiting geen sprake.

Tekst Chantal Richter

Beeld Irene van Kessel­­­

Wat leverde het programma Open Overheid op?

Peereboom: ‘De toeslagenaffaire zette de boel op scherp: we hebben de morele plicht een transparante overheid te zijn voor de burger. Het programma bracht informatiehuishouding op de bestuurlijke agenda en zorgde ervoor dat openbaarmaking en archivering niet langer als corveetaken werden gezien.’

Van der Hoeven: 'Zonder goede data kan een overheid geen goede beslissingen nemen. De Belastingdienst is één grote informatiefabriek. De opbrengst van het programma Open Overheid is dat de noodzaak om gezamenlijk te investeren in technologische, veilige voorzieningen breed werd gevoeld.’


Wat merkt de samenleving van het programma Open Overheid?

Peereboom: ‘Alhoewel voor de buitenwacht misschien niet direct zichtbaar, de effecten van een verbeterde informatiehuishouding zijn er absoluut. Dossiers zijn beter traceerbaar en informatieprocessen zijn gestroomlijnd, bijvoorbeeld in de migratieketen, maar ook bij organisaties zoals de Raad voor de Kinderbescherming.’

Van der Hoeven: ‘Woo-verzoeken worden sneller afgehandeld. Er is bovendien een enorme groei in actieve openbaarmaking. Dat geldt ook voor het programma zelf: alles is terug te vinden. Maar de grootste verandering zit hem in de bewustwording.’


Wat betekent het precies dat de opgave rond open overheid en informatiehuishouding vanaf 31 december wordt ondergebracht ‘in de lijn’?

Van der Hoeven: ‘Na de extra aandacht en versnelling is het nu tijd om openbaarmaking en informatiehuishouding als reguliere onderdelen van ons dagelijks werk te beschouwen. Alles wat je doet, kan openbaar worden gemaakt en moet je netjes archiveren.’

Peereboom: ‘De aandacht voor een open overheid zal altijd nodig blijven, want de wereld staat niet stil. Je kunt niet overzien wat er nog meer op ons afkomt.’

Van der Hoeven: ‘Er blijven veranderingen komen waartoe elke medewerker zich opnieuw dient te verhouden. Zo ook de veiligheidsrisico's die kleven aan openbaarmaking van overheidsinformatie in het geopolitieke speelveld. Andere noemers van deze tijd zijn algoritmes en AI-agents. AI kan alleen goed functioneren als datasets accuraat zijn. We hebben ze te voeden met juiste informatie. Het belang van datagedreven werken houdt het gedachtegoed van het programma levend.’

Peereboom: ‘Vanuit het programma Open Overheid zijn er allerlei instrumenten om daarmee aan de slag te blijven, zoals volwassenheidsmetingen, publicaties en bewustwordingscampagnes. De inspiratie is er al; departementen mogen daar in het vervolg zelf invulling aan geven.’

‘De effecten van een verbeterde informatiehuishouding zijn er absoluut’

Wat leverde de samenwerking in het netwerk van departementen en uitvoeringsorganisaties op?

Peereboom: ‘Vanuit het idee dat je een slagvaardige overheid wilt zijn, ontstond er een community van betrokken mensen. In het programma Open Overheid gaan we voor het beoogde totaalbeeld.’

Van der Hoeven: ‘De brede samenwerking werkt normerend. Je kunt in het geheel van de Rijksoverheid als departement niet meer een afwijkende keuze maken in systemen en werkwijzen, zoals e-mail-archivering in de toekomst.’


Hebben jullie er vertrouwen in?

Peereboom: 'Zeker, maar ik verwacht momenten waarop het spannend gaat worden. Bijvoorbeeld wanneer financiële keuzes voor een individueel departement nadelig uitpakken. Het is dan zaak om naar het grotere geheel te blijven kijken.’

Van der Hoeven: ‘De voortgang van de positieve effecten van het programma blijft een punt van aandacht, dus de inrichting van de governance wordt belangrijk. CIO Rijk heeft een belangrijke richtinggevende functie, en vergeet de politiek niet. Het digitale domein is al lang niet meer apolitiek.’


Gedachteoefening: het is 2036, hoe kijken we dan terug naar deze tijd?

Peereboom: (lacht) ‘Over tien jaar zeggen we hoofdschuddend: wat waren we toen nog amateurs. Onze kennis van datakwaliteit en veilig gebruik van AI gaat ontzettend toenemen. Op dit moment zijn we nog steeds aan het leren hoe we het beste gegevens kunnen delen en vindbaar kunnen maken. Er zijn nog veel meer stappen te zetten die we nu nog niet kúnnen overzien.’

Van der Hoeven: ‘Onze omgang met informatie is nog steeds gefragmenteerd, verspreid over losse systemen, mailboxen en berichtenverkeer. Ik denk dat we in de toekomst werken met een datadashboard. Daarmee worden beleisdsmakers beter ondersteund in hun werk. AI en agents gaan ons helpen om als één overheid te werken. Ook zie ik de Europese samenwerking toenemen op het vlak van technologische oplossingen.’


Wat is jullie hartekreet?

Van der Hoeven: ‘Informatiehuishouding blijft onderdeel van professioneel overheidsmanagement, houd dit dus op de agenda’

Peereboom: ‘Verantwoordelijk zijn voor openbaarmaking en informatiehuis­houding is de basis van je werk’.

‘Het digitale domein is al lang niet meer apolitiek’

Paulien van der Hoeven

Paulien van der Hoeven is voorzitter van de programmaraad Openbaarmaking en Informatie-huishouding (OenIHH). In het dagelijks leven houdt zij zich bezig met het overbrengen van informatiehuishoudingsprojecten naar de lijnorganisatie van het ministerie van Defensie.

Leo Peereboom

Leo Peereboom is voorzitter van de stuurgroep OenIHH, naast zijn functie als directeur Informatie-voorziening en Inkoop/plv. CIO bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV).

Deel dit artikel:

E-mail
Twitter
LinkedIn

Paulien van der Hoeven en Leo Peereboom.