
Een aantal ministeries lijkt de afhandeling van Woo-verzoeken eindelijk onder controle te krijgen. Hoewel de wettelijke termijn van 42 dagen doorgaans nog niet wordt gehaald, is er het begin van een mogelijke trendbreuk. Wat verandert er en wat kan er nog beter?
Tekst Thijs Doorenbosch
Beeld Nina Schollaardt
De titels van de rapporten over de afhandeling van Woo-verzoeken spraken tot nu toe boekdelen: ‘Ondraaglijk traag’ (2021), ‘Matglas’ (2022), ‘Blaadjes op het spoor ‘(2023) en ‘Schildpaddensoep’ (2024). De titel van de editie over 2025 is ook treffend: ‘Een Zwaluw’, een verwachtingsvol signaal, maar het is nog geen zomer. De gemiddelde doorlooptijd bedraagt nu ongeveer 143 dagen, een opmerkelijke daling ten opzichte van de 188 dagen in 2024, vooral omdat de afhandelingstijd in de opeenvolgende jaren alleen maar toenam.
‘Een betekenisvolle versnelling’, zegt Guido Enthoven, oprichter van het Instituut Maatschappelijke Innovatie. Hij doet samen met Serv Wiemers, directeur van de Open State Foundation, en met de Universiteit van Amsterdam al vijf jaar onderzoek naar de afhandelingstermijn en de uitvoering van de Wet openbare overheid. ‘Ik spreek persoonlijk niet over een trendbreuk’, aldus Wiemers. ‘Je weet pas of de trend gebroken is, als deze verbetering doorzet.’
Daling maar ook stijging
De verbetering tekent zich het sterkst af bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), dat ook stelselverantwoordelijk is voor de Woo. De gemiddelde doorlooptijd bij BZK is met ongeveer 100 dagen gedaald tot 87 dagen. Bij negen van de twaalf onderzochte ministeries is er sprake van een daling. Algemene Zaken springt eruit met 66 dagen, bijna een halvering ten opzichte van vorig jaar. Dat betekent dat bij drie ministeries de doorlooptijd zelfs opliep: bij Defensie, bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en bij Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Opmerkelijk is dat er vorig jaar ook sprake was van een daling van het aantal Woo-verzoeken, van 2.022 in 2024 naar 1.923 in 2025. De veelgehoorde angst voor almaar toenemende hoeveelheden Woo-verzoeken blijkt dus ongegrond. Er is geen onderzoek gedaan naar oorzaken voor de daling. ‘We hopen natuurlijk wel dat als overheden meer openbaar maken – dat heet dan de actieve openbaarmaking – de passieve openbaarmaking [naar aanleiding van Woo-verzoeken, red.] dan vanzelf gaat teruglopen’, verduidelijkt Wiemers.
Enthoven en Wiemers constateren dat de ministeries het onderwerp wel steeds serieuzer nemen. Dat lijkt mede het gevolg van de adviezen van de opstellers van de rapportenreeks, maar ook door de druk vanuit het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) en de journalistieke aandacht voor de trage Woo-afhandeling.

Serv Wiemers (l) en Guido Enthoven (r).
‘Een betekenisvolle versnelling’
guido enthoven
Gaten aanpakken
Uit onderzoek van Sira Consulting uit 2025 in opdracht van BZK bleek dat “gaten” in het proces de belangrijkste vertragende factoren zijn. Ministeries besteden gemiddeld 102 uur aan een Woo-verzoek, maar de indieners van een verzoek moeten gemiddeld 143 dagen wachten. Dat betekent dat een dossier ongeveer 130 dagen wacht op een volgende stap in het behandelingsproces. Zelfs de ontvangstbevestiging duurt erg lang, gemiddeld 11 dagen.
‘Daarmee is al ongeveer een kwart van de wettelijke termijn voorbij’, stelt Wiemers. ‘Dus neem onmiddellijk contact op met de verzoeker’, is zijn advies. ‘Je kunt dan meteen checken of de verzoeker wellicht al geholpen is met informatie die al openbaar is. Het verzoek kan ook beter worden afgebakend en is daardoor sneller af te handelen.’ Laat reageren is ook niet meer van deze tijd, met alle digitale communicatie, stelt hij. De trage respons leidt tot frustratie en een afname van het vertrouwen in de overheid.
Wiemers ziet veel meer mogelijkheden tot versnelling. Dan moeten ministeries erkennen dat het behandelen van Woo-verzoeken geen taak is die ambtenaren er maar even bij moeten doen. Het is een serieus onderdeel van de democratische rechtsstaat dat professioneel moet worden aangepakt. Hij voorziet daar een taak voor een Rijksbrede uitvoeringsorganisatie zoals het UWV en de Sociale verzekeringsbank, die elk gespecialiseerd werk uitvoeren voor een ministerie.
‘Zo kun je ook een Rijkswoo-organisatie in het leven roepen, met gespecialiseerde juristen en toegang tot alle systemen. Nu moet de toegang tot mailboxen nog vaak elke keer opnieuw via de directeur of de plaatsvervangend secretaris-generaal worden verkregen en dat kost weken.’ Daarnaast zijn ondernemingsraden vaak gekant tegen inzage in mailboxen omdat het in principe privécommunicatie is waar ook vakantiemailtjes tussen zitten. ‘Dan zeg ik: “Nou pech!” Als ministerie zeg je bijvoorbeeld: “Vanaf 1 januari 2027 gaan we ervan uit dat dit werkmail is, waarin gekeken mag worden door mensen met de juiste autorisatie”. Je moet het in één keer goed regelen, in plaats van elke keer weer ad hoc.’
‘We hopen natuurlijk wel dat als overheden meer openbaar maken – dat heet dan de actieve openbaarmaking – de passieve openbaarmaking dan vanzelf gaat teruglopen’
serv wiemers
Weglakken is duizenddingendoekje
Enthoven denkt dat ook de ‘paraaflijn’, dus het aantal mensen dat goedkeuring moet geven voor de openbaarmaking veel korter kan. ‘Je ziet dat al bij een paar ministeries. Vroeger moesten er bij een Woo-verzoek soms wel tien parafen worden gezet. Nu zijn dat er regelmatig nog maar drie tot vijf. Dat scheelt, want er is altijd iemand druk, op vakantie of ziek, waardoor het proces stilvalt.’
Verder wordt er nog te veel weggelakt in de documenten. Vaak wordt er een beroep gedaan op ‘eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer’ als uitzonderingsreden om delen van documenten niet openbaar te maken. In 93,4 procent van die gevallen gaat het om namen, e-mailadressen, telefoonnummers en adressen. Dat is begrijpelijk, vinden Wiemers en Enthoven. Maar daarnaast wordt opvallend vaak het argument ‘goed functioneren van de Staat’, ofwel de i-grond, ingeroepen. In het Een Zwaluw-rapport wordt dit artikel het “duizenddingendoekje” genoemd om informatie af te schermen die bestuurlijk niet zo goed uitkomt. Hier zou veel terughoudender mee omgesprongen moeten worden, vinden Wiemers en Enthoven.
Uit het Een Zwaluw-rapport blijkt dus dat er verbetering zichtbaar is, maar dat ministeries nog altijd de wettelijke termijnen structureel overschrijden. Ook zijn er grote verschillen tussen koplopers en achterblijvers. Er is grote winst te behalen door de behandeling van Woo-verzoeken beter te organiseren, onder meer door sneller contact te zoeken met de indieners, strakkere processtappen, kortere lijnen voor accordering en meer terughoudendheid bij het weglakken van informatie.
BuZa: Centralisatie werkt!
Buitenlandse Zaken (BuZa) is een van de ministeries die er positief uitspringt in het Een Zwaluw-rapport. De gemiddelde doorlooptijd voor een Woo-verzoek daalde van 148 in 2024 naar 107 in 2025.
Ook nam het ministerie in 2025 het snelst van alle onderzochte ministeries contact op met de indiener van een verzoek. Het gemiddelde lag op vier dagen en in de helft van de gevallen werd het eerste contact al binnen twee dagen gelegd. En dat in een jaar waarin het aantal Woo-verzoeken bij BuZa steeg met 61 procent ten opzichte van 2024 naar 142.
Ruth Emmerink, directeur Open Overheid BuZa, ziet het als resultaat van de centralisatie van de Woo-behandeling binnen het ministerie. ‘Als centrale directie heb je een stevig mandaat binnen de organisatie. Op besluiten kan ik zelf akkoord geven, dus hoeven niet alle dossiers de hele paraaflijn door.’ Een Woo-volgsysteem helpt ook de status van verzoeken goed te monitoren.
Het ministerie besloot in 2023 de centrale directie te installeren om het ambtenarenapparaat te ontzorgen in tijden van crises en oorlog. Bovendien kon de directie Open Overheid expertise opbouwen die niet in de afzonderlijke directies aanwezig is. Emmerink waarschuwt dat de versnelling de komende jaren niet lineair door kan zetten.
‘Bij veel overheidsorganisaties, inclusief de onze, is de informatiehuishouding een ingewikkeld proces. Als je gemakkelijk alle kerndocumenten uit een dossier kon halen, zou ons dat enorm helpen.’ Ze vestigt haar hoop op innovatieve tooling, bijvoorbeeld voor archivering en voor de systemen waarin documenten worden beoordeeld. Ook pleit zij voor correcties in de wet waarmee volgens haar de uitvoerbaarheid kan worden vergroot zonder afbreuk te doen aan het principe van een open overheid.
Als je gemakkelijk alle kerndocumenten uit een dossier kon halen, zou ons dat enorm helpen’
ruth emmerink
Serv Wiemers (l) en Guido Enthoven (r) doen al vijf jaar onderzoek naar de afhandelingstermijn en de uitvoering van de Woo.



