
Waardevolle en bruikbare informatie openbaar maken gaat veel verder dan waar de Wet open overheid (Woo) overheden toe verplicht. Jolein Baidenmann, afdelingshoofd Open Overheid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, schetst haar visie en toekomstbeeld. ‘We moeten naar een cultuur van openheid toe, waarin glashelder is wat de samenleving van de open overheid mag verwachten.’
Tekst Pieter van den Brand
Beeld Nina Schollaardt
‘De open overheid is een bouwsteen van de democratie en het fundament van de moderne relatie tussen de overheid en haar burgers. In een tijd van mondige en steeds meer betrokken burgers zorgt de open overheid ervoor dat zij kunnen volgen wat de overheid doet, daar enigszins controle over kunnen uitoefenen, maar ook kunnen participeren en meedenken als ze dat willen, en dat ze die informatie ook voor het verbeteren van hun eigen leefomgeving kunnen gebruiken’, zo vat Baidenmann haar visie op de open overheid samen.
De open overheid is volgens haar veel breder dan de Wet open overheid (Woo), die sinds 2022 van kracht is en de overheid tot actieve en passieve openbaarmaking verplicht. ‘Een burger kan een actieve informatiebehoefte hebben. Er ligt een onderzoeksrapport en dat wil hij graag inzien. Ook is er een latente behoefte aan informatie. Neem de “Berichten over uw Buurt” die inwoners via hun mail kunnen ontvangen. Misschien hebben ze niet expliciet aangegeven dat ze die informatie nodig hadden. Maar nu die er is, is dat heel prettig.’
‘Vervolgens moeten wij bedenken wat er nog beter kan. We kunnen nog van alles doen en verder ontwikkelen voor de samenleving. Voor mij vallen alle open thema’s onder de open overheid, zoals open data, open source en open algoritmes, en ook open inkoop en open budgettering. Graag zou ik zien dat hier meer samenhang in komt. We kunnen van elkaar leren en moeten onze krachten binnen de overheid bundelen en het zo inrichten dat we als een eenheid op de open overheid gaan opereren.’

Jolein Baidenmann: ‘Leg als overheid beter uit hoe een proces is gegaan.’
‘Voor mij vallen alle open thema’s onder de open overheid, zoals open data, open source en open algoritmes, en ook open inkoop en open budgettering’
Openheid als kernwaarde
Als een van de volgende actiepunten zou Baidenmann de slag willen maken naar een platform waar alle openbaar gemaakte informatie en registers op te vinden zijn, van open algoritmes tot open inkoopoverzichten. Dan kunnen burgers, journalisten en onderzoekers makkelijk op één plek volgen welke informatie de overheid in het kader van een open overheid actief deelt met de samenleving. Informatie die gegarandeerd betrouwbaar is.
‘Op dit moment werken we al aan een digitale omgeving waar overheidsorganisaties hun belangrijke documenten kunnen delen, maar dat is nog maar één klein element van het grote verhaal. Ook moeten we de slag maken om deze informatie zodanig te presenteren dat ze lekker leesbaar, makkelijk doorzoekbaar en begrijpelijk en beter bruikbaar is.’
Het Rijk werkt op het thema open overheid al volop samen met medeoverheden en maatschappelijke organisaties. Ook daarin valt nog een slag te maken, vindt Baidenmann. ‘Door samen te werken willen we de noodzakelijke transparantie voor een goed functionerende samenleving stimuleren. Laten we een manifest ontwikkelen, waarin overheidsorganisaties glashelder bekrachtigen dat ze een open overheid zijn. Om de openheid als kernwaarde te benadrukken, maar ook als iets waar inwoners hen op kunnen aanspreken. Als je een gemeente of provincie binnenrijdt, zie je welkomstborden met pakkende teksten staan: “Wij zijn een duurzame stad” of “Er gaat niets boven onze provincie”. Zo’n slogan zou ook kunnen zijn: “Wij zijn een open gemeente of provincie”. Beleidsmatig verandert er weinig, maar je brengt de open overheid naar de samenleving en geeft daar een actieve waarde aan. Zo maak je expliciet wat de samenleving van de open overheid mag verwachten.’
Openheid moet leidend zijn
Een breed commitment aan de open overheid helpt om het vertrouwen van burgers terug te winnen, denkt Baidenmann. ‘Al is het lastig te bewijzen dat een open overheid daarin iets kan betekenen. Dat blijft een ingewikkelde onderzoeksvraag. Openheid draagt hier ongetwijfeld aan bij, maar er is ook een kanttekening. Als je veel meer openbaar maakt, komen er ook zaken aan het licht waarin de overheid de plank heeft misgeslagen. Dat zal in eerste instantie niet tot een groter vertrouwen onder burgers leiden. Zo’n consequentie moet je als overheid wel nemen. We moeten leren dat openheid betekent dat je ook transparant bent over je fouten, anders kom je niet verder. We moeten naar een cultuur toe waarin openheid leidend is. Aan deze omslag zullen we met elkaar nog flink moeten werken.’
Het bieden van contextuele informatie bij dossiers en besluiten zal tot meer begrip onder burgers leiden
Contextuele informatie
Het bieden van contextuele informatie bij dossiers en besluiten zal tot meer begrip onder burgers leiden, denkt Baidenmann. ‘Leg als overheid beter uit hoe een proces is gegaan. Wanneer ontstond er voortschrijdend inzicht en maakte je daarop een afslag in je besluitvorming?’ Ze ziet een parallel met het openbaar maken van de onderliggende beslisnota’s bij Kamerstukken (in september 2022 rijksbreed ingevoerd als reactie op de toeslagenaffaire).
‘De beslisnota was puur bedoeld om de bewindspersoon te informeren. Nu zo’n nota openbaar is, biedt het Kamerleden meer context in hoe een besluit tot stand komt. Dat maakt een inhoudelijker debat tussen kabinet en parlement mogelijk. We zijn de beslisnota op dit moment aan het vernieuwen. Wel hebben we in de nieuwe versie duidelijk op laten nemen dat de Kamerbrief het centrale instrument is voor de bewindspersoon om met de Kamer te praten. Daar staat alle informatie in en worden de risico’s, de consequenties en de gevoeligheden benoemd. In de beslisnota reik je die contextuele informatie aan.
Baidenmann wil de inzet op meer contextuele informatie ook bij andere publicaties gaan stimuleren. ‘Zo willen we bij actuele maatschappelijke thema’s overheden ertoe aanzetten een dossier met alle relevante informatie met burgers te delen, en ook van een duidelijke inleiding en tijdlijn te voorzien. Wanneer zijn welke keuzes gemaakt op basis van welke inzichten? Je geeft burgers zo een completer beeld van alles wat zich rond zo’n thema heeft afgespeeld.’
‘Bijna iedereen die bij het onderwerp open overheid betrokken is, heeft een intrinsieke motivatie om de bredere betekenis van de open overheid verder uit te werken’
Idealistisch en kritisch
Naast afdelingshoofd Open Overheid is Baidenmann is plaatsvervangend directeur van het Programma Open Overheid (PROO) dat eind dit jaar afloopt. De open overheid heeft een structurele plek gekregen in het beleid. Ze bespeurt dat er een kentering gaande is. ‘Bijna iedereen die bij het onderwerp open overheid betrokken is, heeft een intrinsieke motivatie om de bredere betekenis van de open overheid verder uit te werken. Zij hebben een idealistisch beeld voor ogen van hoe het zou moeten zijn. Maar er zijn ook collega’s die kritisch zijn.’
Ongetwijfeld, weet Baidenmann, zullen de hardliners bij de overheid zeggen dat al die dienstverlening aan de burger, zoals contextuele informatie of een manifest, niet bij de basale waarde van het openbaar maken van documenten thuishoort. ‘Ook de roep om een kleinere overheid, de taakstelling en financiële degelijkheid zorgt ervoor dat niet alle plannen kunnen, maar dit is de ontwikkeling richting bruikbare en begrijpelijke informatie, waar ik wel voor wil staan. Maar het moet ook praktisch en uitvoerbaar blijven.’
Dejuridisering
De tijdige afhandeling van Woo-verzoeken is bijvoorbeeld een hele uitdaging. ‘Maar we kijken steeds naar effectieve verbeteringen. Daarom pleit ik voor dejuridisering van de Woo. Het is niet per definitie nodig een lange en ingewikkelde procedure in te gaan, als de aanvrager een eenvoudig informatieverzoek heeft dat je met een simpel telefoontje kunt afdoen. Hoewel de formele route natuurlijk altijd open moet staan. Door dejuridisering kom je ook niet meteen in een wij-zij-positie. De uitdaging is de basis goed op orde te hebben en uitvoerbaar te houden en tegelijkertijd zoveel mogelijk handen en voeten te geven aan die brede invulling van de open overheid.’



