
Open geodata voorzien in een brede maatschappelijke behoefte. Niet alleen economie en samenleving, maar ook de overheid zelf profiteert. Het groeiende spanningsveld tussen open data en nationale veiligheid dringt echter aan op een heroriëntatie. Maar zijn toenemende zorgen terecht?
Tekst Pieter van den Brand
Beeld Shutterstock
De gedetailleerde 3D-hoogtegegevens van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en de scherpe digitale 2D-luchtfoto’s van Beeldmateriaal Nederland voorzien in een brede behoefte. Agrariërs volgen er de gezondheid van hun gewassen mee en zonne-energiebedrijven berekenen er de hellingshoek en instraling van daken mee om te bepalen waar hun zonnepanelen het meest rendabel zijn.
Door geodata open te stellen, heeft de overheid een bloeiende markt van data-analisten, GIS-specialisten en tech-startups gestimuleerd. Ook burgers maken gebruik van de laagdrempelige viewers van beide databronnen, bijvoorbeeld om kaarten voor hun aanvraag voor een omgevingsvergunning te raadplegen.
Het AHN is een initiatief van de waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat en is in 1997 ontstaan vanuit de wettelijke taak om voor de waterveiligheid te zorgen. Bij overstromingen, maar ook bij piekbuien, moeten ze weten waar het water heen stroomt. Daar zijn hoogtekaarten voor nodig. Achter Beeldmateriaal, gestart in 2012, zitten zo’n 45 overheden, waaronder het Kadaster, Gasunie, ProRail en Staatsbosbeheer.
Samen willen ze tot een efficiëntere inwinning van luchtfoto’s voor de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) komen. Sinds 2021 kan iedereen hoge-resolutiebeelden van scherpe kwaliteit van de website downloaden. Het AHN is al sinds 2014 met terugwerkende kracht als open databron in te zien. Vorig jaar werd een gezamenlijke dataportal gelanceerd.

Er zijn zorgen dat de vrijelijk beschikbare data interessant zijn voor kwaadwillenden, met name die geodata
Kostenbesparing en tijdwinst
‘Het bedrijfsleven toonde veel interesse in deze data om innovatieve softwareproducten op te ontwikkelen. Daarom is in 2014 besloten deze databestanden open te stellen,’ vertelt Jeroen Leusink, programmamanager AHN en Beeldmateriaal bij Het Waterschapshuis. De ICT-organisatie van de waterschappen doet de uitvoering van beide open databronnen.
‘Juist omdat de bedrijven niet langer zelf voor de data-inwinning hoeven te betalen, hebben deze producten een hoge vlucht genomen.’ Een onderzoek van Wageningen Universiteit concludeert in 2016 dat er zoveel met deze producten wordt gewerkt dat de btw-inkomsten veel meer opleveren dan de kosten die de overheid voor de data moet maken.
De open geodata leveren de overheid nog meer op, weet technisch manager Adriaan van Natijne van het AHN en Beeldmateriaal. ‘Door de toepassingen die marktpartijen ontwikkelen, komt informatie beschikbaar die nuttig is voor onze eigen bedrijfsprocessen. Als overheid worden we dus geholpen bij het uitvoeren van onze wettelijke taken.’
Het Waterschapshuis koopt de data bij vliegbedrijven. Hiervoor schrijft de organisatie elke drie jaar een aanbesteding uit. Voor de beelden gelden hoogwaardige kwaliteitsspecificaties. Zo voldoen de overheden meteen aan de verplichte kartering voor de BGT. ‘Dat maakt dit gezamenlijke product uniek. Overheden hoeven minder vaak met de landmeter het veld in. Dat levert niet alleen kostenbesparing, maar ook een enorme tijdwinst op. Er studeert trouwens geen geo-student af zonder met het AHN gewerkt te hebben,’ onderstreept hij de onmisbare rol van open geodata.
Kaartmateriaal met elektriciteitsnetwerken en waterkundige werken zijn vrij te raadplegen
Overheidsbrede werkgroep
Het open databeleid is echter in een ander daglicht komen te staan vanwege de toenemende geopolitieke spanningen en hybride dreigingen van spionage, sabotage en cyberaanvallen. Er zijn zorgen dat de vrijelijk beschikbare data interessant zijn voor kwaadwillenden, met name die geodata. De rijkdom aan gegevens over locaties en infrastructuurdetails kan kwetsbaarheden blootleggen van bijvoorbeeld de energievoorziening of defensieobjecten.
Er zijn al voorbeelden van landen die al langer kijken naar de veiligheidsimpact van open data, zoals de Baltische Staten vanwege de agressie van buurland Rusland. In ons land is recent een overheidsbrede werkgroep ingesteld op initiatief van het ministerie van BZK, die een grondige en actuele risicoanalyse van open data binnen de Nederlandse overheid gaat uitvoeren als basis voor een nieuwe beleidslijn en afwegingskader voor openbaarheid en veiligheid.
Leusink en Van Natijne zien de komst van de werkgroep als zinvol. ‘We moeten deze signalen serieus nemen en het mogelijke risico dat ons land loopt in beeld brengen,’ zegt Leusink. ‘Evident is er een nieuwe situatie ontstaan. Aan de andere kant is vrijwel al het kaartmateriaal dat we in ons land maken openbaar, ook omgevingsplannen en vergunningen. Kaartmateriaal met elektriciteitsnetwerken en waterkundige werken zijn vrij te raadplegen. Ook commerciële partijen zijn met luchtkartering actief. Soms gaat het om resoluties die hoger zijn dan die van ons. Via een dataportaal kunnen geïnteresseerden daar een abonnement op nemen. Iedereen kan zo al deze data bekijken, ook kwaadwillenden. Neem dit perspectief mee en ga niet alleen maatregelen invullen voor de eigen open data van de overheid. Daar los je het probleem niet mee op.’
Breed toepasbaar
Voor Van Natijne is nog onduidelijk wat de risico’s bij de open data in het AHN en Beeldmateriaal zouden kunnen zijn en of daar informatie bij zit waar kwaadwillenden in geïnteresseerd zijn. ‘Dat hebben we in de werkgroep ook meegegeven. Ons pleidooi is in elk geval de inhoudelijke experts mee te nemen in de risico-inschatting. Wij weten heel goed wat er precies op onze kaarten en beelden te zien is - we zijn gewend daar analyses van te maken. We vermoeden dat het vanuit onze huidige risicoperceptie gezien allemaal niet zo spannend is. Mochten we daarin te naïef zijn, neem ons dan mee in de risicoanalyse. Dan zullen we constructief meedenken. Maar ga niet lukraak maatregelen invullen, want dan schiet je je doel misschien voorbij en beperk je een heel vakgebied. Als je tot een afwegingskader komt, moet dat breed toepasbaar zijn, zodat alle partijen waar wij nu mee samenwerken ermee uit de voeten kunnen.’
Leusink vult aan: ‘De overheden hebben veel profijt van de gezamenlijke data-inwinning en van het delen van deze data. Dit biedt volop toegevoegde waarde voor onze economie. Als je daarin gaat beperken, kun je negatieve effecten krijgen op alles wat we in de afgelopen jaren hebben bereikt.’

‘Als je tot een afwegingskader komt, moet dat breed toepasbaar zijn, zodat alle partijen waar wij nu mee samenwerken ermee uit de voeten kunnen’
Voor wie exact?
Het was de rijksoverheid zelf, memoreert Van Natijne, die in 2013 het niet-zichtbaar maken van Defensielocaties heeft afgeschaft. ‘Want ze waren vanuit de satelliet toch wel te zien. Voorheen waren er richtlijnen om deze locaties minder scherp weer te geven of weg te knippen. We mochten deze data zelfs niet bewaren. Onze vraag is wat er ten opzichte van de afweging in 2013 veranderd is, waardoor het nu mogelijk weer anders moet. En hoe dan? Ook moeten we nagaan voor wie we exact maatregelen moeten treffen. Zijn dat bijvoorbeeld andere staten of individuele terroristen? En wat weten de partijen die ons vijandig gezind zijn mogelijk al niet van ons? Zo bleek dat de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog beter kaartmateriaal had van Nederland dan wij zelf.’
De vraag rijst nog of een geblurde of onzichtbaar gemaakte locatie niet juist de interesse opwekt om daar meer van te willen weten, geeft Van Natijne nog mee. ‘Dat duidt er immers op dat daar iets spannends is. Wat je vandaag de dag nog kan doen, is op zo’n risicolocatie een AI-gegenereerd landschap invoegen. Maar in crisissituaties – denk aan een overstroming – zou het juist problemen kunnen geven als er gerekend is met verzonnen data. En als het misgaat - leg dat dan maar eens uit.’
Werkgroep Openbaarheid en Nationale Veiligheid
In maart 2026 is een interdepartementale werkgroep Openbaarheid en Nationale Veiligheid opgericht. De werkgroep heeft tot doel om handelingsperspectief te geven aan overheidsinstanties die nu knelpunten ervaren bij het maken van de afweging om overheidsinformatie openbaar en/of beschikbaar te maken voor hergebruik (in het algemeen of voor bepaalde gebruikers en bepaalde gebruikersdoelen). Het doel is om te komen tot een heldere beleidslijn met afwegingskader, waarmee de belangen van nationale veiligheid goed kunnen worden afgewogen tegen de belangen van openbaarheid en hergebruik. De werkgroep bestaat uit uitvoeringsorganisaties, ministeries en maatschappelijke organisaties.



